Hoe diep daarbij de liefde voor bloemen en planten ging, of dat die liefde, zoals bij het gearrangeerde huwelijk op den duur vanzelf kwam, valt niet meer te bepalen. Wel is het opmerkelijk dat sommige van hen ondanks de tuin, of juist dánkzij de tuin, buiten de omheining zijn geraakt en zich een plaats in de wereld hebben weten te verwerven. Over deze vrouwen gaat dit boek. Over vrouwen die door hun relatie tot de plantenwereld anderen tot inspiratie waren, over vrouwen die tuinen lieten aanleggen, zelf ontwierpen of plantten en over vrouwen die zich hebben onderscheiden in botanie en bloemschilderen. Onder hen bevinden zich prinsessen, kunstenaressen en landschapsarchitectes, maar ook naamloze vrouwen, die hun horticulturele kennis van moeder op dochter hebben doorgegeven en mythologische figuren die op een voetstuk werden geplaatst om hun seksegenoten tot voorbeeld te dienen. Hoewel er in het buitenland al publicaties over dit onderwerp verschenen, waren er in het Nederlandse cultuurgebied nog voldoende vrouwen van wie hun rol, levensgeschiedenis en werk de moeite waard waren om nader te onderzoeken. Steeds duidelijker bleek dat dit niet kon zonder de voortdurende evaluatie van het begrip ‘vrouwelijke natuur’ en zo werd het boek een zoektocht naar het antwoord op de vraag wat vrouwen spiritueel in de tuin hebben gezocht en gevonden. Met andere woorden: wat heeft hen daar door de eeuwen heen bezield? Deze publicatie geeft vrouwen in de tuinhistorie de plaats die hun toekomt, maar is niet bedoeld als inhaalslag met als doel de Nederlandse tuinhistorie te herschrijven. Wel wordt deze verrijkt doordat de gevestigde historische benadering af en toe in een ander licht wordt geplaatst. Voorts leidt het tot de vraag wat er in het moderne leven gebeurt met de praktische kennis van planten en waar de inspiratie uit de natuur blijft, nu de vrouw het tuinhek definitief voorbij is en de tuin steeds vaker gereduceerd wordt tot een buitenkamer met kant-en-klare accessoires. Allereerst wil het onderzoek echter lezers plezieren die nieuwsgierig zijn naar de rol van de vrouw in de Nederlandse tuinkunst in het algemeen, en in het bijzonder naar hun individuele levensgeschiedenissen.

 

< < < Terug

 

"Er stond een vrouw in de tuin"

Onderzoek en auteur: Anne Mieke Backer
Afronding: 2010

Klik hier voor een voorpublicatie
fragment in Pdf-formaat.

 

"Er stond een vrouw in de tuin" laat zich lezen als de geschiedenis van de Nederlandse vrouw vanuit het perspectief van de tuingeschiedenis, maar is evengoed een reis door de Nederlandse tuinhistorie waarbij de vrouw als invalshoek is gekozen. De auteur vraagt zich af of de tuin werkelijk dat lieflijke decor is waar de vrouw haar talenten kan ontplooien en haar emoties tot bezinning kan laten komen. Was de tuin niet eeuwenlang een benarde buitengevangenis, een smalle marge die nauwelijks meer vrijheid bood dan het leven binnenskamers? Zeker is dat nog niet lang geleden veel vrouwen een groot deel van hun leven niet verder dan het tuinhek kwamen. Velen hebben zich tegen wil en dank ontpopt als Hesperiden: de mythologische vrouwen uit de oudheid wier taak uit niets anders bestond dan het verzorgen en bewaken van hun domein.